In gesprek met Mevrouw Bischoff van Heemskerck-Smidt van Gelder over goed oud worden en herinneren
Categorieën
In de derde aflevering van de Stem van Zeist spreekt burgemeester Joyce Langenacker met Mevrouw Bischoff van Heemskerck-Smidt van Gelder, oudste inwoonster van Zeist (104 jaar) over goed oud worden en herinneren.
De Stem van Zeist
Burgemeester Joyce Langenacker spreekt met inwoners over alles wat speelt in onze gemeente. Van kleine momenten tot grote verhalen: dit is Zeist, verteld door de mensen zelf.
Deze tekst is automatisch gegenereerd en kan fouten bevatten.
Dit is de stem van Zeist.
In deze podcast stapt burgemeester Langenacker op de fiets en gaat ze in gesprek met inwoners uit alle delen van onze gemeente over wat er echt speelt, wat ons verbindt en wat Zeist zo bijzonder maakt: van kleine momenten tot grote verhalen.
Dit is de stem van Zeist.
Ja, ik kom hier aan bij de luxe appartementen van Kerkebos. Een heel mooi gebouw waar mensen wonen die over het algemeen wel iets meer te besteden hebben. Je kunt hier niet zomaar wonen.
Beneden is er een zwembad en buiten liggen er ook tennisbanen. In dit mooie complex woont onze oudste inwoonster van Zeist: mevrouw Bisschop. Ik ga zo de lift in en dan ga ik een mooi gesprek met haar voeren over: hoe word je nou 104 jaar? Ik ben natuurlijk heel erg benieuwd. Wat is haar geheim?
Goedemorgen.
Ik heb voor u iets kleins meegenomen, en het blikje van het slot natuurlijk. En kijk, ik zie dat er ook nog chocolaatjes in zitten, en dat is dan van het kunstwerk Eden Hier.
In een prachtig ruim appartement op de vijfde verdieping met zicht op het bos ga ik zitten bij mevrouw Bisschop op de bank. Het appartement hangt vol met schilderijen — daar hebben we het straks over — en op tafel liggen de krant van vandaag en een fotoboek. Er staan veel fotolijstjes van haar kleinkinderen, achterkleinkinderen en haar man. Haar man, die al 55 jaar niet meer naast haar zit. Ze woont hier al sinds 1981.
Dat is al 44 jaar. Ja, 44 jaar hoorde ik al. Hier in dit huis.
Ja. En hoe bent u hier zo terechtgekomen?
Omdat ik dat in Elsevier had gezien. Ik was heel jong weduwe. Ik had een prachtige man. Die heeft mij gesteund in alles en hij heeft ook geholpen om 104 te worden. Toen hij gestorven was, ben ik nog tien jaar in ons huis in Wassenaar gebleven, want ik had nog een zoon die nog door zijn middelbare school moest worden geholpen. Toen ben ik daar gebleven.
Maar op een gegeven moment dacht ik: nu is het welletjes, ik ga weg. Ik dacht: ik ga weer terug naar de bossen, want ik was toch altijd dol op dit hele gebied. Als je in Arnhem geboren bent met die mooie bossen om je heen, dan vind je het hier weer heerlijk. Daarom ben ik eigenlijk gaan kijken, onder andere in Elsevier, waar je zou kunnen wonen.
Nou, dat had hier een prachtig aanbod voor mij: een heerlijke flat, een tennisbaan, een zwembad. Ik dacht: dat is heerlijk voor mijn kleinkinderen. Die kunnen hier tennissen en zwemmen, en ik zit dicht bij mijn dochter die in Maarn op kostschool had. Dus ik zat dicht bij mijn dochter en daarom ben ik hier gekomen.
U bent onze oudste inwoner van Zeist.
Wat is uw geheim?
Dat ik een geregeld leven heb dankzij de goede zorg die ik nu op dit ogenblik heb, want die heb ik natuurlijk wel nodig. Maar ik heb wel een geregeld leven. Ik deel mijn dagen in. Ik maak plannen; de dagen vliegen daardoor, dus ik verveel me nooit.
Je staat op. Je krijgt een ontbijt — dat kan ik zelf maken. Dan ga ik naar buiten. Mijn oefeningen doen. Dan loop ik daar, zijn stappen, mijn balkon, ik doe wat gymnastiek. Dan ga ik naar binnen en luister naar de radio om te horen wat er nieuws is.
Dan heb ik mijn bridge, en als ik geen bridge heb, ga ik een boek lezen. Ik heb net een prachtig boek over de armen en Reus Navalio gelezen. Dat is het mooiste boek wat ik in jaren heb gelezen. En daar kan ik ook veel van leren, want dan leer je: wanneer het niet meevalt, moet je toch je tanden erin zetten en doorgaan. Dat heeft hij tot het laatst toe gedaan. Hij is voor mij op dit ogenblik het voorbeeld.
Wat bijzonder. Dus eigenlijk zegt u: een bepaalde discipline op de dag. U heeft het over uw oefeningen, dus u houdt u fysiek bij en ook uw geest door bijvoorbeeld bridge. Dat is toch blijven nadenken.
Ja. En wat mooi dat dat dan ook zo lukt. Iedereen geeft me nog de gelegenheid. Ze willen nog spelen met de oude mensen. En daardoor gaat het makkelijk.
Want ja, u woont hier in een complex, bij Kerkenbos in Zeist. Heeft u ook nog veel ontmoetingen? Heeft u veel contact met de mensen hier in het gebouw?
We zijn eigenlijk net één grote familie. We kennen haast iedereen, en dat maakt een hele warme sfeer. Je hebt ook nog familie erbij hier. Onze britten zijn ook gezellig, niet met mensen op tafel, maar gezellig. En we horen de nieuwtjes van elkaar. Het is echt heerlijk wonen hier.
Als u jonge mensen iets zou willen meegeven over het leven en over gezond, goed en prettig oud worden: wat zou dan uw boodschap zijn?
Ik zou ze rust gunnen. Dat ze net zo’n geregeld leven als ik kunnen hebben. Dat ze ook de waarde van hun lessen op school opnemen, want de school is heel belangrijk geweest voor mezelf — voor je opvoeding en voor alles wat je leren moet. We leren van school ook al over CO₂: dat de planten dat ’s avonds uitstoten en ’s ochtends weer opnemen. Dat dat heel normaal is.
En u heeft het nu over het klimaat, hè? Daar heeft u ook uw ideeën over. Welke andere grote veranderingen heeft u in de afgelopen 100, 110 jaar in uw leven gezien?
De grootste verandering is bijvoorbeeld de muziek. De beatmuziek die is in mijn leven gekomen. Ik ben opgevoed met klassieke muziek en ik moet u eerlijk zeggen: hoe ik mijn best ook doe, soms zitten er hele aardige liedjes tussen. Maar de harde beatmuziek van de huidige festivals — ik geloof niet dat dat goed is voor de oren van kinderen, en ook niet voor hun tijdsverdrijf. We kunnen ze beter bezighouden met andere dingen dan die vreselijke festivals. Er gebeuren ook vreselijk veel dingen tegenwoordig. Ik ben daar eigenlijk niet voor. Dat vind ik een van de ergste veranderingen van deze tijd.
Je hoort het: mevrouw Bisschop heeft een duidelijke mening over deze tijd. Ook over de mobiele telefoon.
Wat er nu gebeurt, dat die kinderen allemaal die telefoon hebben… Ik weet dat er in het Gooise ziekenhuis nu een aparte afdeling is om de kinderhandjes beter te maken, want de duimen en wijsvingers zitten al niet goed. En als ik kijk naar hoe mijn kleinkinderen op dit ogenblik de mes en vork hanteren, dat is inderdaad niet zoals wij het geleerd hebben.
En ik geloof dat dat ook een gevaar van die telefoon is, afgezien van dat ik het niet eens ben met de TikTok-boodschappen die ze krijgen. Daar zitten erg veel rare onderwerpen in. Dus ik raad alle ouders aan: let goed op waar je kinderen mee bezig zijn. Wat zijn ze aan het zien? Dat vind ik erg belangrijk.
En heeft u daar ook wel eens gesprekken over met uw eigen kleinkinderen?
Ja.
En hoe gaan die gesprekken dan?
Ze kijken me toch een beetje vragend aan. Ze houden wel van de hoofdrol, omdat ze denken: hoe zag zo’n leven zonder mobieltje, tv, popmuziek en festivals er dan uit? Hoe was het leven in haar jeugd?
Ze groeide op in een gezin van zes kinderen in de jaren twintig in Arnhem. We waren heel druk, brachten heel veel… dat doe ik eigenlijk ook niet meer. Maar we waren één eenheid. Als er ruzie was van één kind met een ander, dan trok je partij voor je broertje of zusje. We speelden altijd met elkaar, met z’n zessen. Jantje en ik hadden allemaal cowboy-hoeden en we hadden zilveren boogjes uit de indianenboeken.
We hadden altijd een spel met elkaar. Mijn zusje en ik, wij waren de jongsten. We moesten verhaaltjes maken. Mijn oudste broer had een boek gelezen over de tochten naar Nova Zembla en dan zetten we een grote sneeuw-slee neer. Dan gingen mijn zusje en ik met een klein keteltje achterin zitten. We speelden allemaal met elkaar. De jongens hadden prachtige treinen. En we mochten als meisjes seinen voor de elektrische trein die ze hadden. We speelden eigenlijk altijd met z’n zessen.
We scheelden niet zo heel veel jaren; om de twee jaar was er weer een kind. Dus we waren een hechte familie. We werden ook “Smitjes van de Velpenwijk” genoemd. We hadden een fijne jeugd en een hele muzikale vader. Als de klassieke muziek op de grammofoon stond, moest je stil zijn. Het was niet te horen met een lepeltje in een kopje, en we waren aan een zekere strenge opvoeding onderhevig. Maar het heeft ons allemaal veel geleerd.
U zegt: het was allemaal mooi en aardig. Maar merkte u op een gegeven moment dat de sfeer in Nederland omsloeg en dat het gevaar van oorlog dichterbij kwam?
Ja, dat heb ik zeker gemerkt. In 1939, toen was ik al 18, in de vierde klas HBS. Toen zei mijn leraar scheikunde: “We gaan nu geen helium meer aan de Duitsers verkopen, want misschien gaan ze weer zo’n luchtzeppelin bouwen. Dat is gevaarlijk voor ons land.” Toen begon je al signalen te zien. Het was een gevaarlijke tijd.
Er waren heel veel Duitse dienstmeisjes door het land verspreid. We hebben ook een Duits dienstmeisje gehad, Anna. Dat waren eigenlijk allemaal al Duitse spionnen. Dat hebben we te laat gemerkt. Dat meisje heeft wel twee jaar bij ons gewerkt, maar toen vertrouwde mijn vader het al niet en hebben we haar naar Duitsland teruggestuurd.
We hebben het schandaal gehad van de Hollandse uniformen die in Limburg gestolen waren. Dat vonden wij allemaal gek. We hebben de aankomende oorlog zien aankomen, absoluut. En ik moet zeggen: in 1939 sprak de minister op de radio: “Gaat u rustig slapen.” Maar wij wisten eigenlijk al wat er speelde. Toen begon de mobilisatie.
Kunt u iets vertellen over de Tweede Wereldoorlog en hoe u daar als gezin, en ook u met uw man, een rol heeft proberen te spelen om in ieder geval het goede te doen?
Ja, daar wil ik graag op antwoorden. Het heeft een enorme impact op ons leven gehad, die vijf jaar oorlog. Ik was al dol op mijn man vanaf mijn vijftiende jaar en we trokken al heel veel samen op. En dan komt ineens de dreiging van oorlog. Hij ging meteen in dienst. Op zijn negentiende werd hij ingelijfd in het leger. Hij heeft, evenals mijn broer, in de Grebbelinie gevochten toen die oorlog naderde.
Mijn hele familie werd gemobiliseerd. We hebben ons ook altijd verzet. De oorlog kwam over ons heen. U kent het gevolg: het is een drama geworden na het bombardement van Rotterdam. Wij hebben ons overgegeven aan de Duitsers, tot verdriet van mijn man. Hij zei: “We waren heel goed op weg om ze tegen te houden in die Grebbelinie.” Maar voor ons was het bombardement het moment van capituleren.
De Duitsers kwamen ons land bezetten. Alles werd afgepakt. Op de eerste dag werd de auto van mijn vader weggehaald. Mijn oudste broer werd krijgsgevangen gemaakt en naar Duitsland gebracht. Mijn man werd niet krijgsgevangen genomen; hij werd vrijgelaten door de Duitsers, want ze wilden de Nederlanders nog “vriendelijk” behandelen om geen verzet te krijgen. Nou, bij onze familie waren ze aan het verkeerde adres.
Het gevaar voor eigen leven kwam het hele gezin in verzet.
Vol trots pakt mevrouw Bisschop het fotoboek erbij dat op tafel ligt, met gekopieerde zwart-witfoto’s, dagboekfragmenten en krantenartikelen. Ze vertelt uitvoerig over de rol van haar man en vader. Ook zijzelf moest vluchten omdat de Duitsers alle huizen rondom Arnhem innamen na de Slag om Arnhem.
Per fiets ging het gezin naar Doorn, waar ze hulp kregen van de burgemeester bij het zoeken naar een onderduikadres.
Ook mevrouw Bisschop zelf hielp mee in het verzet. Daar had ze haar eigen redenen voor. Dat is geen dankbaar was het te doen, begrijpt u. Je bent toch nog echt jong in die tijd. Dat was dus zeg maar in ’44 of ’43. Dan zit je te niks, en ik was ook zelf als evacuee ondergebracht bij mensen. Dus ik weet wat het gevoel is als je geen huis meer hebt.
We zijn bij ons eerste onderduikadres weggestuurd door de bewoners, omdat ze niet genoeg eten meer hadden om de zomer door te komen. Toen zijn wij weer ondergebracht bij iemand anders. Maar die burgemeesterschool was geweldig. Dat was een mooi vak.
Als u de link legt met deze tijd — u noemde net ook Oekraïne — hoe kijkt u dan aan tegen het opvangen van mensen die nu in oorlog verkeren?
Je moet mensen helpen.
Ik heb zelf ervaren hoe belangrijk het is dat je een dak boven je hoofd hebt. Dat verhaal raakt me, want ook vandaag de dag is dit realiteit. En ook al is het voor haar 80 jaar geleden: als het over de oorlog gaat, komt nog steeds haar emotie boven.
Een deel van de kunstschatten van haar vader — hij had een kunstverzameling — was al veilig gesteld, maar tot op de dag van vandaag is ze nog bezig met de zoektocht naar gestolen schilderijen.
Mijn vader heeft altijd antiek verzameld. Als student leefde hij soms weken op sinaasappels, omdat hij iets moois had gezien wat hij wilde kopen. Hij had het in zijn bloed om mooie dingen te verzamelen. Hij wist er veel van, terwijl hij medicijnen studeerde. Hij verzamelde onder leiding van de Joodse antiquair Katz.
Toen Arnhem werd ontruimd bij de Slag om Arnhem, kreeg een officier de opdracht om de verzameling van mijn vader te pakken te krijgen. Dat is maar deels gelukt. Een deel is nog steeds weg. Er zijn nog vier hele mooie schilderijen weg, maar twee zijn inmiddels teruggevonden.
Er is gelukkig een commissie in Londen die nog altijd zoekt naar gestolen kunst. Ze kunnen gestolen kunst nooit verkopen, want het zijn bekende schilderijen. Er wordt hard naar gezocht. Ik heb er dus twee teruggekregen.
Op een gegeven moment stond er in de krant dat er in Bern een museum was waar gestolen kunst was opgeslagen. Ik moest 1400 schilderijen bekijken. Later was ik in Amerika bij mijn kleinzoon. Hij vroeg: “Wat doe jij de hele dag?” Ik vertelde over de gestolen kunst in Bern. Hij vroeg een lijst van schilderijen die nog weg waren. Na 14 dagen kreeg ik een mail: “Oma, ik heb de Ochtenveld gevonden.” Dat kon ik niet geloven.
Die bleek te hangen in het stadhuis van Londen. De burgemeester van Londen wilde geen gestolen kunst in het stadhuis hebben en heeft ervoor gezorgd dat het schilderij werd teruggegeven. Toen ben ik met mijn kinderen naar Londen gegaan om het op te halen. Ik kon het identificeren door een keukenstoel met één knop — dat wist ik nog. Daardoor hebben we het teruggekregen.
Wat een bijzonder verhaal.
Wanneer was dit?
Ik geloof in 2002.
Het hangt hier in de kamer — maar dit is een replica. Want ik vond niet dat het schilderij mij toekwam. Toen het terug was, heb ik het verkocht en het geld verdeeld onder mijn familie.
Een tweede schilderij hebben we ook teruggekregen, maar dat moest ik terugkopen van een kinderarts die het via een veiling had gekocht. Dat vond ik terecht; hij had de oorlog niet meegemaakt en was gewoon een kunstliefhebber. Dus van de zestien schilderijen zijn er twee terug.
Hoe heeft u dat ervaren, los van de financiële kant?
We zijn prachtig ontvangen in Londen. Er kwam zelfs een foto van mijn vader — een arts achter de microscoop — groot op de BBC. Ik was erg geroerd. Want eigenlijk heb ik de strijd van mijn vader voor hem voortgezet. Hij was zo goed voor ons geweest.
U heeft heel lang gezocht, maar u heeft het nooit losgelaten.
Nee. En nog steeds niet. Die vier schilderijen die nog weg zijn, daar denk ik dikwijls aan.
Mevrouw Bisschop voelt zich op haar 104e nog altijd verantwoordelijk voor de familieschatten. Maar ook voor de sfeer in het luxe tehuis.
Het is tijd voor het bridgen, dus we moeten naar beneden, waar haar vrienden en vriendinnen op haar zitten te wachten. En als ze mij zien met een microfoon, willen ze graag bevestigen dat mevrouw Bisschop — als koningin van het tehuis — de gangmaker is.
“Ja, nu zegt mevrouw Bisschop even een woordje, en dat is altijd gul. Ze gaat ons toespreken. Ze is ruim aanwezig. En we houden de moed er altijd in hier.”
Ontzettend bedankt.
Ik hoop dat u nog veel meer zult zien. Dat zou ik echt een eer vinden.
Wat een bijzonder verhaal van mevrouw Bisschop. Hoe ze nog in het leven staat, hoezeer ze van betekenis is voor haar omgeving, en alles wat ze heeft meegemaakt. Hoeveel positiviteit ze nog heeft. Hoezeer ze nog in gesprek is met haar kleinkinderen. En uiteindelijk ook hoezeer ze het naar haar zin heeft in Zeist. Als burgemeester kan ik daar eigenlijk alleen maar heel trots op zijn.
Dus ik hoop dat ik haar ook volgend jaar weer mag bezoeken — op haar 105e verjaardag. Want het blijft heel bijzonder om hier te zijn.
Dit was de stem van Zeist.
Heb jij nou een stem die gehoord moet worden? Ga dan naar zeist.nl/contact. Deel deze podcast vooral met je buren, je collega’s en vrienden in de omgeving. Druk op volgen zodat je geen aflevering mist. En vind je deze podcast interessant? Ga dan naar ‘Beoordelen’ in je podcast-app en geef ons vijf sterren. Dat vinden anderen deze podcast ook makkelijker.
Tot de volgende keer.