Nieuwjaarstoespraak burgemeester Joyce Langenacker

Categorieën

  • Bestuur

Beste Zeistenaren, 

Wat had ik u graag welkom geheten in het Beauforthuis op maandag 5 januari! Hoe mooi Zeist ook is in dit winterse plaatje, het zorgde er wel voor dat de Nieuwjaarsreceptie niet door kon gaan. Dat spijt me zeer. Ik had u graag de hand geschud op die bijzondere plek. Een plek die is uitgekozen na mijn uitspraak vorig jaar dat de nieuwjaarsreceptie on tour ging. Graag spreek ik toch digitaal mijn wensen voor Zeist uit. 

Ik nodigde ons vorig jaar uit tot nieuwe ontmoetingen, buiten de eigen bubbel. Heb ik die uitnodiging zelf aangenomen? Absoluut. Het afgelopen jaar heb ik veel mensen ontmoet en gesproken. Nu heb ik het geluk dat dat hoort bij mijn werk, maar sommige gesprekken raakten mij persoonlijk. 

Dan denk ik bijvoorbeeld aan de gesprekken die ik voerde voor de podcast de Stem van Zeist. Niet alleen omdat het bijzondere mensen waren, met bijzondere verhalen – maar ook omdat alle verhalen voor mij staan  voor iets groters. In al hun verhalen komt dezelfde kracht terug. De kracht van saamhorigheid na ingrijpende gebeurtenissen, van zorg voor elkaar, van gemeenschapszin in dorpen en wijken, en van kansen voor jong en oud. 

Ik zag hoe inwoners elkaar vasthouden in moeilijke tijden, hoe jongeren hun talenten ontwikkelen, hoe ouderen blijven meedoen en hoe inzet voor wetenschap, vrijwilligerswerk en veiligheid wordt gedragen door betrokken mensen. Verschillen mogen er zijn, maar wat verbindt is steeds sterker.

Ik denk bijvoorbeeld aan de ontmoeting met Ahmed Kaya, zijn vrouw Funda en hun kinderen – die gevlucht zijn uit Turkije en met wie ik de iftar mocht gebruiken en die in Zeist een veilige plek hebben gevonden. Ze moeten soms wennen – aan het feit dat je gewoon kunt zeggen wat je wilt zonder de angst om vervolgd te worden. Maar ze tonen ook zoveel veerkracht om hier opnieuw te beginnen. Het gaf mij als burgemeester een warm gevoel te horen hoe welkom zij zich voelen.

Zeist als veilige haven in een tijd waarin onveiligheid, onrust en oorlog wereldwijd toenemen. In een tijd waarin ook wij moeten nadenken over onze weerbaarheid. Voor sommige van onze oudste inwoners, zoals de 104-jarige mevrouw Bischoff, is dit een bekend gegeven. En ook al is het al 80 jaar geleden, voor mevrouw Bisschof is de oorlog nog steeds heel dichtbij – zo bleek uit ons gesprek. Het bracht haar tot de overtuiging dat je altijd klaar moet staan voor mensen die hun huis door oorlog moeten verlaten. ‘Je móet mensen helpen’, zei ze me. Dat vormt voor ons vandaag een belangrijke les. Ja, natuurlijk, noodpakketten zijn belangrijk. Maar misschien nog wel belangrijker is dat we elkaar kénnen en bij elkaar aan kunnen kloppen. 

Dat dreigen we in de samenleving in het groot wel eens te verliezen. Wie op sociale media kijkt of naar de televisie kan het gevoel krijgen dat we steeds sterker tegenover elkaar komen te staan, dat de polarisatie alleen maar toeneemt. Maar als we elkaar in de ogen kijken, blijkt er zoveel te zijn dat we delen. Dat zag ik ook  in Austerlitz, waar ik op pad was met oud-wijkagent Arno Goedknegt. Een dorp middenin het bos, waar lastige kwesties spelen, zoals de omgang met wolven en de voorbereiding op natuurbranden.De meningen daarover lopen sterk uiteen, maar wat mij trof was de gemeenschapskracht: men blijft elkaar zien als buur, als vrijwilliger, als mens. Daarin kunnen we veel van Austerlitz leren. 

Op een andere manier gebeurt hetzelfde in Den Dolder. Met Angela van Amerongen praatte ik over de impact van het leven naast de forensische kliniek in Den Dolder. Vorig jaar begon intens verdrietig voor Den Dolder. En natuurlijk is die impact er een jaar later nog. Ik ben onder de indruk van de veerkracht van het dorp. Van de bevlogenheid van inwoners zoals Angela, die zegt: ‘Het is heel makkelijk om overal wat van te vinden, maar ik vind het dan ook wel belangrijk om iets te dóen’ 

Den Dolder en Austerlitz laten zien hoe we met vertrouwen en verbinding uiteindelijk veel meer bereiken dan met wantrouwen en uitsluiting. Wat al deze ontmoetingen mij hebben geleerd? Dat Zeist een rijkdom aan verschillende stemmen kent, maar dat ze verbonden zijn door één ding: de wil om iets van het leven te maken, samen met anderen. Dat geeft hoop, moed en vertrouwen. 

Beste Zeistenaren, 2026 is begonnen. Voor mij voelt dat altijd als een nieuw begin. Een nieuw jaar waarin ik het gesprek centraal zal blijven stellen, door wijkbezoeken te brengen om te ontmoeten en verbinden. Over een paar maanden gaan we naar de stembus. En zoals wel blijkt uit voorgaande: lokaal gebeurt het. Hier, in Zeist, maken we samen het verschil. We staan voor belangrijke keuzes: over wonen, over ruimte, over onze maatschappelijke weerbaarheid. Ik heb groot respect voor onze raadsleden en voor alle kandidaten, die zich met veel toewijding willen inzetten voor onze lokale democratie. En ik hoop van harte dat op 18 maart al die verschillende stemmen hun weg naar de stembus vinden. Zodat we een rijk gedragen gemeenteraad krijgen, die alle geluiden kan vertegenwoordigen. 

Beste allemaal, ik kijk uit naar 2026. Ik kijk ernaar uit om sámen met u te bouwen aan het goede leven in Zeist. En aan een wereld waarin elke buur een vriend is. Ik wens u allen een voorspoedig, gezond en liefdevol 2026.